Waarom peinsde een academisch gevormde geneesheer er vroeger niet over om een patiënt die aan staar leed zelf te opereren? En waarom had een chirurgijn een lagere maatschappelijke status dan een universitair geschoolde dokter? Hoe komt het dat bepaalde symptomen in de loop der tijd hebben geleid tot uiteenlopende diagnoses? Waarom zijn psychische aandoeningen nu eens geïnterpreteerd als een effect van hersenziekten, dan weer als een gevolg van de persoonlijke voorgeschiedenis van de patiënt? In hoeverre zijn zowel artsen als patiënten in hun opvattingen en hun gedrag bepaald door de samenleving waar zij deel van uitmaken? Is er alleen maar vooruitgang in de medische wetenschap of zijn er ook tegenslagen? Wat is dat eigenlijk, 'vooruitgang in de medische wetenschap'?

Zulke vragen, variërend van algemeen tot fundamenteel, kunnen alleen maar beantwoord worden door een onderzoeker met een grondige kennis van de geschiedenis van het medisch bedrijf.  Maar goed medisch-historisch onderzoek is op meer gericht dan alleen een beschrijving van bepaalde gebeurtenissen binnen het medisch bedrijf. Een medisch historicus moet de ontwikkelingen die hij of zij bestudeert ook in een maatschappelijke context kunnen plaatsen. Medische geschiedenis heeft daarom niet alleen een eigen thematiek, maar ook een eigen methodologie.


Het mastertraject Medische Geschiedenis:

  • start het tweede semester van het academisch jaar;
  • wordt aangeboden vanuit een samenwerkings–verband van stafleden van de VU, de UvA en van de UMCs te Leiden, Maastricht, Amsterdam, Utrecht en Nijmegen;
  • met medewerking van de belangrijkste medisch-historici van Nederland;
  • maakt tevens deel uit van de Master Geschiedenis van de Faculteit der Letteren van de Vrije Universiteit;
  • is toegankelijk voor masterstudenten Geneeskunde, Geschiedenis, Farmacie, Gezondheidswetenschappen, en Sociale wetenschappen.